Reportage
Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 6 min

Multi-vakdagen: ‘Crisisorganisaties leren elkaar nog beter kennen’

De politie, bevolkingszorg, waterschappen, Rijkswaterstaat, de GHOR en de brandweer. Al deze organisaties werken tijdens een crisis regelmatig met elkaar samen. Om elkaar beter te leren kennen, organiseren de veiligheidsregio’s Brabant Noord en Brabant Zuidoost elk jaar gezamenlijk de multidisciplinaire vakdagen. Wat levert zo’n dag op? We namen een kijkje.

“Welkom op de multidisciplinaire vakdagen”, klinkt het in de foyer. Terwijl iedereen aan het genieten is van een kopje koffie of thee, neemt Marc Jaegers woord. Hij is coördinator multidisciplinair OTO bij de Veiligheidsregio Brabant-Noord. “Tijdens een crisis werken we veel met elkaar samen. We hebben deze dag georganiseerd om elkaar ook beter te leren kennen buiten een crisis om. Ik zie nu alweer de geijkte groepen ontstaan, bijvoorbeeld van de politie of van de gemeentes. Ik wil jullie aanmoedigen om vandaag ook eens aan te schuiven bij andere groepen. Zo leer je ook de professionals van de andere kolommen beter kennen.”

Zelf zit ik aan tafel met twee dames van bevolkingszorg. We kunnen kiezen uit 10 verschillende workshops. Zij vertellen dat ze straks naar de workshop over cyber gaan. Ik ga allereerst naar de presentatie van Coen van de Loo, adviseur crisisbeheersing van de veiligheidsregio Brabant-Noord. Hij neemt ons mee in de wereld van informatiemanagement.

CoPI in Meersen
Het mooie aan zijn presentatie is dat hij de theorie aankleedt met verhalen uit de praktijk. Zo vertelt hij dat hij tijdens de wateroverlast in Limburg aanschoof bij het CoPI in Meersen. “Ik kwam in Limburg aan en na 10 minuten hadden we al ons eerste CoPI-overleg. De informatie ging van links naar rechts. Alles ging door elkaar heen. In Meersen ligt bijvoorbeeld het verzorgingstehuis Nobama Care. Zij wilden weten of ze moesten evacueren. En de kinderen van het dorp waren ’s morgens gewoon naar school gegaan. Moesten zij nú opgehaald worden? Of konden zij beter nog even op school blijven?”

Coen van der Loo vertelt over zijn rol tijdens de wateroverlast in Limburg

Om grip op het geheel te krijgen, neemt het CoPI contact op met het ROT met de vraag: 'Wat is de commander’s intent?' Commander’s intent betekent dat je de intentie begrijpt van de persoon die jou de opdracht geeft. Hun antwoord was helder. De commander’s intent was: ‘Red Meersen’.

Alternatieve scenario’s
Coen bracht vervolgens de bedreigingen in beeld: de Maas, de Geul en de waterbuffers. “Zij konden allemaal overstromen. We wisten alleen niet wanneer.” Coen noemt in zijn presentatie ook wat er fout ging en wat hij de volgende keer dus anders zou doen. “We hebben ons gefocust op deze drie dreigingen. Daardoor stonden we niet voldoende open voor andere scenario’s. We kregen te maken met kwelwater uit het Julianakanaal. De signalen dat dit een probleem kon gaan worden, bereikten ons wel. Maar we hebben er onvoldoende mee gedaan omdat we gefocust waren op de Maas, de Geul en de waterbuffers. Dus ik heb geleerd om tijdens een crisis meer open te staan voor alternatieve scenario’s.”

Onverstandig besluit
Coen blikt ook terug op een grote brand in 2003 bij een bandenfabrikant in Enschede. “Deze brand veroorzaakte veel rook en overlast”, vertelt hij. Op een gegeven moment zei de burgemeester (met de beleving van de vuurwerkramp in 2000): ‘Ik wil dat er morgenvroeg geen rook meer is boven mijn stad en dat daarmee de rust weer terug keert in mijn stad’. Dit betekende dat de brandweer de brand moest gaan blussen. “Dat besluit kan vandaag de dag in een ander perspectief worden geplaatst”, vertelt Coen. “Want doordat men gingen blussen, raakten de grond en het water in het kanaal ernstig vervuild. De schade was veel minder groot geweest als we de brand uit hadden laten branden.”

'Het besluit was door de verkeerde persoon genomen'

Terugblikkend op deze crisis concludeert hij dat het beluit om te blussen door de verkeerde persoon is genomen. “De vraag of je wel of niet gaat blussen, is een operationele afweging. Het was beter geweest als het operationele team deze beslissing rationeel had genomen en niet de bestuurder in een emotionele context”, zegt hij. “Had het operationele team de bestuurder niet kunnen overrulen?” vraagt een militair in de zaal. “Het operationele team wist immers dat de bestuurder een onverstandig besluit nam.” De andere deelnemers van de workshop geven aan dat dat niet kan. “Als een burgemeester een besluit neemt, dan moet je dat uitvoeren, ook als je daar zelf niet achter staat.”

Toch vertelt Coen, aan de hand van een andere case, dat het ook anders kan. In 2021 was er opnieuw een brand op hetzelfde terrein. “We hebben als CoPI drie scenario’s uitgewerkt: ‘het plukken en onderdompelen van het ijzer’, ‘het laten uitbranden’ en ‘alles blussen’. We hadden voor elk scenario de voor- en de nadelen op een rij gezet. Vervolgens vroegen we aan het ROT: 'Wat willen jullie dat we gaan doen?' Zij zeiden: 'Kiezen jullie maar. Jullie hebben je erin verdiept en jullie hebben nu alle kennis in huis. Dus vertel ons maar wat het verstandigste is, dan gaan we dat doen'.”

Cyber
Na de workshop van Coen, kies ik voor de workshop over cyber. “Nederland is een aantrekkelijk land voor cybercriminelen”, vertelt Ronny van Gerven, adviseur bij het Regiobureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant (Rivob) en Algemeen Commandant bij de GHOR Brabant-Noord. “We zijn namelijk een open samenleving en we zijn erg gedigitaliseerd. Een aanval op Schiphol, de NS of de Rotterdamse haven kan onze samenleving behoorlijk ontregelen. Maar cybercriminelen kunnen bijvoorbeeld ook waterkeringen open zetten of de logistiek naar supermarkten lamleggen.

De deelnemers konden uit 10 verschillende workshops kiezen bijvoorbeeld van het Veteranen Search Team

De grote vraag bij zo’n cyberaanval is vaak: draait onze samenleving door als onze digitale systemen platliggen? Wat zijn de gevolgen van een digitaal incident in onze fysieke leefwereld en hoe ontwrichtend gaat dat zijn?

Meer doelwitten
Ronny vertelt ook dat een cybercrisis al snel heel groot kan worden. Hij noemt bijvoorbeeld een situatie waarin een ziekenhuis zou worden getroffen door een cyberaanval. "Het gaat dan niet alleen om de uitval van de zorg aan patiënten; ziekenhuizen beschikken ook over privacygevoelige gegevens waar je niet van wil dat deze op straat belandt. Het lastige aan zo’n aanval is dat je niet altijd precies weet waar het probleem zit. Gaat het alleen om dit ene ziekenhuis? Of zijn ook de andere ziekenhuizen geraakt? En incidenten in de ene organisatie kunnen effecten op een andere organisatie hebben omdat systemen vaak aan elkaar gekoppeld zijn. Dus misschien leggen ze tegelijkertijd ook de communicatie van de meldkamers plat.”

Er is veel animo voor de workshop over cybersecurity

Hij vertelt dat er verschillende initiatieven zijn om Nederland weerbaarder te maken tegen cyberaanvallen, zowel tegen aanvallen van cybercriminelen als van statelijke actoren. Hier zijn verschillende organisaties mee bezig, maar het ontbreekt nog aan een landelijke integrale aanpak en voldoende financiële middelen. “In Oost-Brabant gaan we gemeenten vanuit het Regionaal Expertteam Digitale Veiligheid ondersteunen om op lokaal niveau burgers, bedrijven en overheden weerbaarder te maken. Op 20 april is er een symposium over Cybercrime dat georganiseerd wordt door de gemeente Meierijstad en de Programmaraad Cyber Oost-Brabant. Openheid over cyberincidenten en integraal samenwerken staan hierbij centraal”, aldus Ronny.

SGBO
Na de presentatie over cyber, kies ik voor de workshop van Anton Aerts, operationeel specialist crisisbeheersing bij de Politie Oost-Brabant. Hij legt uit dat een crisis bij de politie altijd gecoördineerd wordt door de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO). “Het SGBO heeft een bijzondere bevelstructuur”, legt hij uit. “Het heeft de kracht om mensen aan te wijzen die zich meteen gaan inzetten om de crisis te bezweren. De inzet van deze mensen moet natuurlijk wel proportioneel zijn en het moet gericht zijn op het herstellen van de openbare orde.” Voorbeelden van crises waarbij het SGBO van kracht was, zijn: de stalbezettingen in Boxtel, de avondklokrellen, de boerenprotesten en Koningsdag.

Boerenprotesten
Om een gevoel te krijgen van een crisis bij de politie, speelt Anton met de groep de boerenprotesten uit 2019 na. Er komt allereerst een sitrap binnen. Hierin staat dat er 1.500 tot 2.000 boeren op weg zijn naar het provinciehuis. Zij komen met zo’n 1.000 tractoren en een groot aantal andere voertuigen. Zij zijn het niet eens met het stikstofbeleid en willen invloed uitoefenen op de provinciale politiek. Er zijn al verschillende dreigbrieven gestuurd. Dus de kans dat dit uit de hand loopt is groot.

In de workshop spelen de deelnemers de crisis van de boerenprotesten na

Anton vraagt de groep allereerst: is dit een crisis? En waarom wel of niet? “Ja, dit is een crisis”, zegt een van de deelnemers. “Want het gaat om een complexe situatie. De boeren kunnen niet alleen de openbare orde verstoren. Doordat ze met de tractor komen, kunnen ze ook zorgen voor opstoppingen in het verkeer.” Anton geeft haar gelijk en roept het SGBO bij elkaar. “Wie bepaalt er dat het SGBO van kracht wordt”, wil een van de deelnemers weten. Het antwoord is: de politiechef. En de politiechef wijst een algemeen commandant aan.

Scenario’s
Anton vertelt hoe het SGBO de situatie vervolgens in kaart brengt. Hier wordt onder andere het IRS-model voor gebruikt. Dat wil zeggen dat het team informatie verzamelt en risico’s benoemt. Per risico worden er drie scenario’s uitgewerkt: ‘best’, ‘realistic’ en ‘worst’. “Deze scenario’s zijn natuurlijk subjectief. Maar het is wel belangrijk dat we dit doen, want het helpt ons in onze denkrichting.”

Bij de boerenprotesten was het niet realistisch om iedereen te arresteren die de wet overtrad

Dan verdeelt Anton de rollen. De deelnemers van de workshop krijgen bijvoorbeeld de rol ‘Hoofd Mobiliteit’, ‘Hoofd Opsporing’ en ‘Hoofd handhaven netwerken’. Hij vraagt aan het Hoofd Opsporing: “Wat ga je doen? Ga je alle demonstranten die de wet overtreden arresteren? En hoeveel capaciteit heb je daarvoor nodig? Of zijn er ook andere oplossingen?” Ook legt hij uit dat de leden van het SGBO alleen adviseren. De bestuurders nemen het uiteindelijke besluit.

De-escaleren
Bij deze crisis is er ingezet op zoveel mogelijk de-escaleren. Dit betekent dat er een grote rol was weggelegd voor het Hoofd handhaven netwerken. “Als politie hebben we vooraf vaak al een goed contact met de belangenorganisaties van de demonstranten”, legt Anton uit. “Daardoor zijn we vooraf al in staat om afspraken met hen te maken. Ook tijdens deze demonstratie zijn we met hen in gesprek gebleven. Zo konden we samen met hen de demonstratie in goede banen leiden.”

Bij de boerenprotesten is er zo veel mogelijk ingezet op de-escalatie

Tot slot vertelt Anton dat elke crisis anders is. “Het is een lerend proces. Het eerste SGBO dat met een nieuwe crisis te maken heeft, krijgt het moeilijk. Het tweede SGBO kan gebruik maken van de lessons learned van de eerste. Daardoor weten zij al beter hoe zij deze crisis het beste kunnen aanpakken. De derde keer dat een crisis voorkomt, weten we exact hoe we moeten handelen en doen we het goed. En dat is ook het mooie van het vak. Het lerend vermogen is groot.”

Inspirerende dag
Dan zit de dag erop. Lopend naar de auto, raak ik nog aan de praat met iemand van de GHOR. We kijken beiden terug op een inspirerende dag. Niet alleen vanwege de workshops die we gevolgd hebben, maar zeker ook vanwege de mensen die we tussendoor gesproken hebben. En misschien is dit ook wel het mooie van dit vak. Crisisbeheersing kent veel facetten en veel verschillende organisaties zijn ermee bezig. Maar de basisprincipes zijn in alle organisaties hetzelfde. En dat maakt het ook zo mooi om kennis en ervaringen met elkaar te delen.

04 april 2022